Ring of Steall Skyrace 2019, 29 km

21 september 2019

Een beetje onwennig sta ik tussen de andere trailrunners te wachten tot we een voor een naar de kitcheck geroepen worden. Hoewel ik heel erg voor kitchecks ben, heb ik er altijd een beetje een hekel aan. Elke keer moet ik weer lijdzaam toezien hoe mijn met heel preciesie ingepakte trailvest helemaal overhoop gehaald wordt om alles vervolgens weer onder enige tijdsdruk in te pakken. Dat laatste gaat toch altijd iets minder lekker als de avond van te voren in alle rust. Met als gevolg dat ik me dan de eerste kilometers lichtelijk erger aan het trailvest op mijn rug dat niet echt fantastisch is ingepakt. Daarna lijken we altijd een soort pact te sluiten, mijn trailvest en ik, onder voorwaarde dat ik er zo min mogelijk aan ga prutsen (wat uiteraard niet altijd lukt, en dan beginnen de onderhandelingen weer van voor af aan). Gelukkig is de marshal die mijn kit checkt tevreden met het naar buiten trekken van een klein beetje stof van elk onderdeel van de lijst en mag ik zonder veel moeite doorlopen.

Mijn benen voelen nog een beetje flubberig van de VK van gisteren. Niet echt kalmerend voor de zenuwen die toch weer rondjes door mijn lichaam rennen. Het wordt steeds voller in het startvak, terwijl de zon inmiddels ruimschoots boven de bergen ten zuiden van Kinlochleven geklommen is en toch behoorlijk warm begint te worden. De lucht is weer strakblauw. Wat een on-Schots weer, en wat een contrast bij vorig jaar! Om me heen hoor ik mensen zich zorgen maken over de beschikbaarheid van stroompjes onderweg waar we eventueel water zouden kunnen bijvullen. Nooit gedacht dat ik me daar druk over zou maken bij de start van een race, maar inderdaad, zoveel zullen we op de ridges boven niet meer tegenkomen. Gelukkig heb ik ongeveer 2 liter water en sportdrank bij me, dus ik denk dat ik het daar tot in elk geval de verzorgingspost wel uit moet houden. Als ook Tim door de kitcheck is gekomen schuifelen we naar het midden van het startvak, waar we toch wel een tikje gespannen wachten tot we mogen vertrekken.

IMG_5067

Zenuwachtige pre-race selfie

IMG_5069

Drukte in het startvak

De eerste kilometers leiden ons Kinlochleven uit en via de West Highland Way naar een modderige singletrack die ons naar de top van Sgorr an lubhair en het begin van de Devil’s Ridge brengt. De brede hoofdstraat van het dorp maakt al gauw plaats voor een pad waar je met maximaal twee personen laatst elkaar kunt lopen. Het duurt dus niet erg lang voor we in een lange file hortend en stotend over een keienpad naar boven lopen, tot we allemaal onze eigen plaats in de horde hebben gevonden en weer door kunnen lopen. Omdat dit deel van de route over de West Highland Way loopt, passeren we een behoorlijk aantal wandelaars die ons enthousiast aanmoedigen. Leuk! Het eerste deel van de klim is daardoor eigenlijk zo voorbij en zonder al te veel problemen slaan we van de WHW af de single track naar CP1 en Sgorr an lubhair op. Omdat we hier de zogenaamde ECO-zones uit zijn, mogen we hier weer met stokken lopen, en daar maak ik dan ook dankbaar gebruik van. Het pad is weer als vanouds modderig, en dan kun je elk stukje houvast wel gebruiken.

 

We klimmen uit de wind en in de volle zon omhoog, waardoor het toch behoorlijk warm begint te worden, zelfs op deze hoogte. Verder gaat het klimmen eigenlijk super goed! Ik voel me sterk, drink af en toe een beetje, en voor ik het weet staan we op het zadel tussen Sgorr an lubhair en Am Bodach. We slaan hier linksaf naar het eerste checkpoint en komen hier over een paar uur weer langs op de afdaling van Am Bodach. Maar zover is het nog niet. Eerst Sgorr an lubhair nog op en de Devil’s Ridge over. Hier op het zadel waait het toch best behoorlijk, en ondanks de zon koelt dat toch best wel af. In beweging blijven dus! Tim maakt nog even snel wat foto’s, terwijl ik een winegum uit een van de vakjes van mijn trailvest frunnik. Onderweg naar boven hoop ik vurig dat mijn pet niet van mijn hoofd af geblazen wordt, maar dat gebeurt gelukkig niet en zonder problemen komen we bij CP1 aan. De eerste klim zit erop, de stokken kunnen voorlopig weer op mijn rug, op naar een van de vetste stukken van deze race; de Devil’s Ridge!

IMG_5070

De Devil’s Ridge

IMG_5071

Ondanks het prachtige weer, waait het behoorlijk.. (ja, ik waai hier bijna om tijdens het maken van de foto)

IMG_5073

Tim op de Devil’s Ridge met linksachter Sgorr an lubhair, waar we net vandaan komen

IMG_5074

Uitzicht op Fort William vanaf de Devil’s Ridge

Het uitzicht dat we vandaag hebben is werkelijk fenomenaal! Een 360º view van de Mamores en Ben Nevis voor ons. Voor mijn gevoel dans ik naar beneden, en vlieg ik weer omhoog. Echt, als er zoiets als een Runner’s High bestaat dan beleef ik dat hier. Letterlijk en figuurlijk, gezien de hoogte waarop we hier lopen. Wat ongelofelijk gaaf! Alles valt van me af en ik voel me de gelukkigste mens op aarde. Wauw, wauw, wauw! Een plotselinge windruk die zowel mij als de loper voor me bijna achterover blaast, zet me weer met twee benen op de grond. Mijn grijns wordt er niet minder van, maar ik houd mijn hoofd er wel even iets beter bij. Aan het eind van de Devil’s Ridge wacht ons nog een pittige klim naar de top van Sgurr a’Mhaim, waar zich het tweede checkpoint bevindt en we getrakteerd worden op een geweldig uitzicht op Ben Nevis. De hoogste berg van Groot Britannië doet zijn naam als ‘Mountain with its head in the clouds’ vandaag geen eer aan. Er is geen wolkje te bekennen om de top van de berg, en stiekem ben ik wel een beetje jaloers op iedereen die daar nu bovenop staat. Zo vaak komt een wolkloze top namelijk niet voor, en als het uitzicht hier al gaaf is, hoe gaaf moet het daar wel niet zijn. (De andere betekenis van Ben Nevis, ‘venomous or malicious mountain’, blijft overigens in dit weer wel overeind blijkt maar weer als we een paar dagen na het Skyline Scotland weekend horen hoeveel mensen de Ben Nevis Ultra niet hebben gehaald door de warmte die de beklimmingen erg zwaar maakte).

 

IMG_5155

Begin van de afdaling van Sgurr a’Mhaim met zicht op een wolkloze Ben Nevis

De afdaling van Sgurr a’Mhaim naar CP3 en de verzorgingspost in Glen Nevis is verraderlijk zwaar. Dat wist ik nog van voorgaande jaren, maar ook deze keer valt het weer vies tegen. We zijn ongeveer halverwege als de misstap tijdens de Mamores VK gisteren me toch parten begint te spelen. Mijn linker bovenbeen doet dusdanig veel pijn dat ik het gevoel heb dat ik er bijna niet meer op kan staan. Echt dalen lukt niet meer, en ik twijfel of ik überhaupt wel door moet lopen straks. Zo blij als ik net was, zo teleurgesteld en gefrustreerd ben ik nu. Strompelend kom ik uiteindelijk bij het klaphekje dat voor mij een soort markering is voor het eind van het steilste stuk van de afdaling. De helling vlakt inderdaad langzaam uit, gelukkig. Voorzichtig probeer ik weer hard te lopen. Het doet wel pijn, maar het gaat. Oké, rustig aan nu, straks even wat eten en dan kijken hoe het daarna gaat. Ik verbijt de pijn en hobbel verder. Tim weet inmiddels beter dan te proberen iets te zeggen en dribbelt zwijgend achter me aan.

 

Bij de verzorgingspost worden we enthousiast onthaalt door de vrijwilligers en het handjevol toeschouwers dat zich verzameld heeft bij de kleurige tenten. De rij voor het eten is alleen wel behoorlijk lang en er zit niets anders op dan achteraan te sluiten en rustig te wachten tot we aan de beurt zijn. Of om door te lopen en ons eigen eten op te eten, maar dat houd ik altijd liever zo lang mogelijk onaangebroken. Je weet immers nooit. Mijn been lijkt het ook niet heel erg te vinden dat het even niet hoeft te werken. Ik haal opgelucht adem, misschien dat het dan toch meevalt. Via de persoon voor ons weten Tim en ik allebei een broodje kaas te bemachtigen. Die kunnen we in elk geval vast wegwerken. Even later kan ik ook bij de brownies. Terwijl Tim nog een paar cakejes in zijn zakken propt voor later loop ik nog even naar de wc’s voor een korte sanitaire stop. Half en half ben ik bang voor een migraine-aanval zoals vorig jaar, maar die blijft gelukkig uit.

Zo soepel mogelijk loop ik even later naast Tim de verzorgingspost uit. Mijn been is nog niet geheel pijnloos, maar ik besluit dat het nog goed genoeg is om door te lopen. Wonder boven wonder lijkt mijn been zich daarbij aan te sluiten en de volgende 5 kilometer gaan eigenlijk best wel lekker. Alleen bij het afdalen wordt de pijn erger, maar er zijn voorlopig geen serieus lange afdalingen te bekennen. Het stuk door Nevis Gorge is weer super gaaf. Ondanks dat het hier niet heel steil of lang klimt, is het pad op sommige plekken dusdanig smal of technisch dat het ook hier oppassen geblazen is dat je geen misstap maakt en onderaan de waterval eindigt. En dat maakt het er stiekem alleen maar uitdagender op. Glen Nevis laat zich echt van zijn beste kant zien in de stralende zon. Ik loop eigenlijk heerlijk, en zelfs de rivieroversteek komt als een welkome afkoeling. De beklimming van An Gearanach die ons aan de andere kant van de Water of Nevis wacht, gaat dusdanig goed dat ik me afvraag of ik me daarnet niet gigantisch aan heb lopen stellen. Qua tijd durf ik zelfs te denken aan een finish binnen de 7 uur.

IMG_5108

Ietwat moeizame start na de verzorgingspost

IMG_5075

Glen Nevis

Vrolijk prikkend met mijn stokken werk ik mezelf de helling op. Zo nu en dan worden we aangemoedigd door wandelaars die aan het afdalen zijn. Tot we ineens worden aangesproken. ‘Hé, I saw you yesterday on the Vertical!’ Verrast kijk ik op. ‘That was you right? You did the Vertical as well?’ ‘Yeah’ stamel ik. ‘Cool! Haven’t you had enough after yesterday?’ ‘No, I am a little crazy and he has to come along.’ lachend wijs ik over mijn schouder naar Tim. De man lacht, ‘You guys are awesome and you’re doing great! Have fun! Good luck!’ Haha, leuk dit! Vol hernieuwde energie zet ik vanaf An Gearanach koers naar Stob Coire a’Chairn. De afdalingen die in dat traject zitten gaan best wel goed en ook het scramblen is geen enkel probleem. Oké, het gaat minder soepel dan op de Devil’s Ridge maar op zich is dat ook niet zo gek op dit punt in de race.

 

IMG_5130

Op naar An Gearanach

IMG_5077

Halverwege An Gearanach

IMG_5076

Glen Nevis en het paadje waarop we net liepen in de diepte

Vanaf Stob Coire a’Chairn besluit ik toch even iets behoudender te dalen. Aan de andere kant wacht namelijk de gemeen steile klim naar de top van Am Bodach. Als er iets is waar ik tegenop heb gezien tijdens deze Ring of Steall is het dit punt wel. Qua hoogtemeters is het niet eens zo heel ver meer, ongeveer 200 meter, maar de klim is technisch en we hebben toch al een kleine 2300 stijgende meters achter de rug. En het ziet er ook gewoon verdomd steil uit als ik heel eerlijk ben. Net op het moment dat de moed weer een beetje in mijn schoenen begint te zakken hoor ik een doedelzak. Verbaasd kijk ik op uit mijn gepieker. Hoor ik dat nou goed? ‘Tim! Kijk! Staat daar nou een doedelzakspeler bovenop Am Bodach?!’ Tim fronst en even denk ik dat de gekte nu echt is toegeslagen. ‘Nee, je hebt gelijk! Gaaf!’ Fieuw, ik halucineer nog niet. ‘Gaat het nu dan eindelijk gebeuren? Dat we echt een doedelzakspeler op een berg zien?’ ‘Zou wel vet zijn’, antwoord Tim. Maar dan moeten we die berg nog wel op, mompel ik inwendig. ‘Oké, hoe hoog kan het nou feitelijk nog zijn? Maximaal 200 meter, dat is twee keer de Martinitoren en een beetje voor de bonus. Dat kan ik!’ Achter me hoor ik Tim lachen. Oh God, wat ik heb nou weer gezegd? Nou ja, gewoon beginnen.

 

Het spel van de doedelzakspeler is gestopt, het is behoorlijk koud geworden omdat we volledig in de schaduw klimmen, ik voel me knetter misselijk en ondertussen gooit Am Bodach alles in de strijd om het zo zwaar mogelijk te maken. Daar verdenk ik die berg echt van. Het wind loeit werkelijk om mijn oren en ik moet me een aantal keer echt vastgrijpen aan de rotsen om niet rechtstreeks naar beneden geblazen te worden. Ik kijk op mijn horloge. ‘Nog één Martinitoren te gaan’, roep ik boven de wind uit naar Tim. ‘Mooi! Goed bezig!’ Zo voelt het niet, maar ik doe het ermee. Ik probeer nog even iets te drinken en een stukje reep weg te kauwen om het misselijke gevoel kwijt te raken, maar het helpt niet zoveel. Gewoon maar stug doorgaan dan maar. Ik grijp de rots boven me en hijs mezelf omhoog.

Voor mijn gevoel een eeuwigheid later, in werkelijkheid nog geen 10 minuten, strompel ik de top van Am Bodach op en langs CP6. YES! We hebben de laatste klim gehaald! Nu ‘alleen nog’ naar beneden. En hopen dat mijn been het houdt. De 7 uur halen we waarschijnlijk toch niet, maar ik ga mijn best nog wel doen. Jammer genoeg is de doedelzakspeler weg, maar dat mag de pret niet drukken. We maken nog even wat foto’s en genieten nog één keer van het uitzicht voor we aan de afdaling beginnen. Tijdens het lopen werk ik met veel pijn en moeite de rest van mijn reep naar binnen. Hopelijk haalt dat dan straks eindelijk dat misselijke gevoel weg. Middenin een boulderfield hoor ik ineens de doedelzak weer en als we een groot rotsblok om klimmen staat daar ineens de doedelzakspeler van zojuist. Super tof! Dat maakt het plaatje eigenlijk helemaal compleet, en heel even voel ik de pijn in mijn been, die jammer genoeg wel is teruggekeerd, niet meer. De doedelzakspeler kan blijkbaar ook behoorlijk hard lopen, want de volgende kilometer zijn we een beetje aan het stuivertje wisselen. Hij speelt tot we hem voorbij zijn, om ons vervolgens met doedelzak en al weer voorbij te sprinten en weer te spelen tot we hem weer bij hebben gehaald. Dat spelletje duurt tot CP7 op het zadel waar we op de heenweg naartoe klommen. Daar blijft de doedelzakspeler staan voor de andere lopers en slaan wij af naar beneden.

IMG_5087

Op de top van Am Bodach

IMG_5090

Op naar Kinlochleven en de finish!

Het eerste deel van de afdaling gaat over een rotsachtig, maar droog paadje. Mijn been protesteert zachtjes, maar ik kan nog redelijk normaal afdalen. Zodra we weer in het modderige gedeelte van het pad komen en het lastiger wordt om in te schatten of je op een zacht stuk modder of een dikke steen springt, heeft mijn been er echter wel genoeg van. De steken worden erger, ik verstap me een paar keer en met mijn humeur daalt ook het tempo. Heel fijn, lopen we nog langer in deze modderbende. Het misselijke gevoel van zonet gaat ook maar niet weg. De kilometers terug naar de West Highland Way worden een gevecht tegen mezelf, met de, sorry Tim, nodige mopperpartijen richting Tim die het zelf ook zwaar heeft. Terwijl de rest van Schotland baadt in de zon, loop ik in een donderbui die pas wegtrekt op het moment dat we in het zicht van de marshals op de WHW zijn en die ons beginnen aan te moedigen. ‘There has to be a smile there somewhere! Yeahhh, there she is! Come on, it’s not that far anymore!’ Een verlegen glimlach kruipt over mijn gezicht, ik kan er niets aan doen. ‘Thanks!’ roep ik lachend als ik van het modderpad de welkome verharding van de forestry road op spring. Eindelijk!

Het is nu ook eindelijk tijd voor het broodje kaas dat we al de hele weg speciaal voor dit moment bij ons hebben. En die smaakt fantastisch. Dat ik er hele happen modder bij opeet omdat mijn handen verre van schoon zijn, maakt me niets uit. Heel misschien is 7:30 uur nog haalbaar, dus mijn volledige focus is daarop. Ik prop het broodje naar binnen en begin te lopen. De pijn in mijn been negeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat. Op de heenweg omhoog heb ik bij een aantal herkenningspunten de afgelegde afstand onthouden en dat is nu verdomde handig, want de batterij van mijn horloge geeft er inmiddels ook genoeg van. Fijn! Zonder ook maar enig besef van tijd, wat op zich ook best wel fijn is, stormen we de WHW af terug naar Kinlochleven. Onderweg halen we meerdere lopers in, en dat geeft ook wel een beetje een boost voor het zelfvertrouwen. Met nog 700m te gaan worden we het bos uitgespuugd en staan we weer op de hoofdstraat van Kinlochleven. ‘Nog 700m, kom op he?’ hijg ik naar Tim. ‘Yes, jij ook!’ Doordat de weg heel vals omhoog loopt, lijkt het hardlopen voor mijn gevoel meer op waggelen dan op rennen, maar we komen vooruit. Overal langs de kant staan mensen ons aan te moedigen en te juichen. Ondanks de verzuring in mijn benen krijg ik een dikke smile op mijn gezicht die er niet meer af gaat. Wat is dit gaaf!

Zodra we over de finishmat lopen hoor ik de speaker zeggen ‘Our next two competitors are from the Netherlands.. hé! You guys did the Vertical K yesterday as well, didn’t you?’ Ik knik enthousiast. ‘Great job! But, haven’t you had enough now?’ Ik lach een beetje en loop dan door naar de fotomuur, want dit moment wil ik toch wel graag laten vastleggen! ‘Wacht maar tot we hier morgen weer staan. Kijken wat hij dan zegt!’ hoor ik Tim achter me zeggen. Ik schiet in de lach. Kunnen er ook maar twee zijn eigenlijk…

IMG_5189

Made it!!!

We finishen uiteindelijk in 7:32:02, net buiten de 7:30 maar dat maakt niet uit. Het was, ondanks alles, weer super gaaf, en met een verbetering van onze PR vorig jaar met meer dan 25 minuten mogen we volgens mij alleen maar dik tevreden zijn. Ik ben er in elk geval best trots op!

<<terug