Mamores VK

20 september 2019

‘No, not yet. You’ve got 10 or so minutes left. I will call you when it’s your turn.’ De marshal bij de ingang van het startvak kijkt amper op van zijn klapper en krabbelt iets echter mijn startnummer. ‘Ehm.. but.. okay..’ Een beetje verbouwereerd schuifel ik naar de rand van het ‘pre-startvak’. Hoezo 10 or so minutes? Het zijn er verdorie 7 ja? Ongeduldig kijk ik van mijn horloge naar het praktisch lege startvak. Ik zucht. 7 minuten, zou dat genoeg zijn voor nog één keer aan mn vet… ‘Rianne! You’re good to go!’ Fuck! Ik frummel mijn veter vast, terwijl ik half hopsend op één been het startvak in struikel. ‘Succes!’ roept Tim nog.

IMG_5137

Koffie & focus voor de start

IMG_5046

Nog even een pre-race selfie

Net zoals voorgaande jaren start je bij de Mamores VK individueel. Iedereen krijgt tot op de seconde nauwkeurig een starttijd in het tijdsslot dat je bij je inschrijving hebt doorgegeven. Hoewel ik Tim en mij in hetzelfde slot heb ingeschreven, starten we ongeveer 15 minuten na elkaar waardoor we dus een keer niet samen kunnen lopen. En ik ben dus als eerst aan de beurt. Nadat ik het startvak in ben gelopen volgt er nog een korte kitcheck en als ik er dan klaar voor ben, mag ik gaan volgens de mevrouw bij de startmatten. Eeh oké, nou ja, dan ga ik maar he? Onder toeziend oog van de toeschouwers langs de kant en terwijl de speaker mij introduceert als ‘the first of our international competitors’, zet ik mezelf in beweging en ren het start-finishterrein af, de brug over de River Leven over en dan rechts Kinlochleven uit. Op naar de top van Na Gruagaichean!

Aangemoedigd door twee enthousiaste marshals die een dikke grijns op mijn gezicht toveren, duik ik het bos in het pad op dat naar de Grey Mare’s Tail waterval loopt. Binnen een kilometer verandert de route van rustig klimmend over een goed aangelegd voetpad, maar soort van pad over dikke keien en rotsen waarbij je af en toe tot boven je enkels in de modder staat. Zelfs nu het relatief droog is geweest de afgelopen dagen. Na de afgelopen twee jaar weet ik inmiddels dat dit slechts het opwarmertje is voor wat er nog komen gaat. Terwijl de zon – ja, je leest het goed, zon – behoorlijk op mijn schouders begint te branden en mijn kuiten beginnen te besluiten dat ze dat voorbeeld gaan volgen, probeer ik uit alle macht de grijns op mijn gezicht te houden en toch vooral in mijn hoofd te herhalen dat ik dit heel erg leuk vind. Maar damn, ik was even vergeten hoe zwaar een vertical K is!

‘If the climb is too hard, you’re not enjoying the view enough.’ wordt een soort mantra dat ik in mijn hoofd blijf herhalen. Ik ben inmiddels het bos uit en beweeg me waar het kan rennend en power-hikend richting naar het kleine vlakke stukje forestry road dat voor mij de grens markeert tussen het ‘makkelijke’ en echt moeilijke deel van de route. Tot nu toe heb ik mijn stokken nog niet écht nodig gehad, maar als ik met een schuin oog naar de resterende beklimming van Na Gruagaichean kijk besluit ik dat het straks na de forestry road wel welletjes is. Ik lach nog even naar de marshals bij de splitsing, geniet terwijl ik een winegum wegwerk nog even van het laatste stukje vlak dat ik voorlopig tegen ga komen, haal nog een keer diep adem en begin dan aan de rest van de beklimming.

Qua afstand heb ik nog iets meer dan 2 kilometer te gaan. Qua hoogtemeters nog meer dan 500. Hoe bedrieglijk kan 2 kilometer dan zijn! Ergens boven me ligt de top, en de finish, te schitteren in de zon. Een lint van gekleurde shirtjes zorgt voor een vrolijke routemarkering, die tegelijkertijd zorgt dat de moed me een beetje in de schoenen begint te zakken. Het is nog best een eindje naar boven. En dan beginnen mijn gedachten weer te malen. Voelde ik me vorig jaar ook zo? Nee, want toen waren de weersomstandigheden veel zwaarder. Oké, maar dan zou het makkelijker moeten zijn. En het voelt verdorie helemaal niet makkelijker. Oh shit, ik kan dit niet, wat doe ik hier? Ik stop met lopen en kijk om me heen. Voor en achter me lopen andere lopers minstens net zo te ploeteren als ik, en het uitzicht is onder de strakblauwe lucht echt fenomenaal. Wat nou als je gewoon eens stopt met dat getwijfel en gewoon gaat genieten? Kijk nou hoe gaaf het hier is? Het klinkt misschien cliché, maar alleen dat je hier bent is al een voorrecht. En nu je toch al halverwege bent, kun je net zo goed doorlopen naar boven. En Tim voorblijven natuurlijk. Ik grinnik om mezelf, plant mijn stokken in een stuk heide voor me en begin weer aan het gevecht tegen de zwaartekracht.

Op ongeveer 650m hoogte maakt de drassige heide plaats voor een boulderfield. Een welkome afwisseling, maar als ik na een paar meter een misstap op een losliggende steen maak, verlang ik meteen terug naar de heide. Gelukkig begint die ongeveer 20 meter verderop alweer. Als een soort manke Bambi hobbel ik tot hilariteit van de marshals die aan het eind van de verzameling stenen staat naar de andere kant van het boulderfield. ‘Oh come on, it’s not that far anymore!’ Met een ruk gaat mijn blik omhoog naar de top. ‘You’re past halfway now!’ ‘Haha, not that far huh? Well thanks!’ antwoord ik een beetje sarcastisch, terwijl de marshals nog harder beginnen te lachen. Oh well, ik wilde dit zelf. Niet veel later leiden de rode vlaggetjes van de routemarkering over een vlakker stukje en kan ik zelfs even hardlopen. Awesome!

IMG_5049

Over de helft!

IMG_5047

Hoe zwaar ook, met dit uitzicht kun je eigenlijk alleen maar genieten. Linksonder ligt Kinlochleven, waar we gestart zijn.

Dat ik niet veel later weer verander in een hijgende stoomtrein maakt niet. Volgens de hoogtemeter op mijn horloge heb ik nog 200 meter te klimmen. Ik ben zo als het goed is van het gladde grassige terrein af, dus misschien lukt dat zelfs nog wel binnen 1 uur en 15 minuten. Vol goede moed begin ik over de rotsen te klauteren. Zo langzamerhand beginnen me al gefinishte lopers tegemoet te komen, die me enthousiast aanmoedigen. Het kan niet ver meer zijn nu. Dat weet ik stiekem wel, maar mijn benen vertellen toch echt iets anders. Even stilstaan dan maar. Als een lamme pinguïn sta ik voorover tussen mijn stokken uit te hijgen en tegelijkertijd te proberen de kramp uit mijn benen te rekken. Mijn blik glijdt langs de helling naar beneden op zoek naar de roze compressiekousen van Tim, maar die zijn nergens te bekennen. Oké, blijkbaar ben ik sneller dan ik dacht, nice! Maar een beetje vreemd vind ik het wel. Normaal gesproken had ik Tim al lang moeten zien.

Ik prop nog snel een winegum naar binnen en zet mezelf weer in beweging. Het stuk over de rotsen duurt met mijn verzuurde beentjes toch langer dan gedacht, en ik moet met lede ogen aanzien dat mijn horloge steeds meer naar de 1 uur en 15 minuten toekruipt, er dan overheen gaat en ook 1 uur en 20 minuten niet meer haalbaar is. Ergens frustreert me dat wel een klein beetje, maar het is onder deze omstandigheden zo uniek en vet om hier te zijn dat ik het mezelf verbied om me er te veel van aan te trekken. Met mijn stokken als een stel extra poten klauter ik een soort valse top op, en dan wordt de hellingshoek ondanks de technische, rotsige ondergrond weer renbaar. Ik gun mezelf geen tijd meer om mijn stokken op te bergen, en met mijn extra pootjes in mijn ene hand en mijn andere als evenwichthouder/valbreker ren ik naar de finish. De timer staat op een cairn en als ik die heb aangeraakt, ben ik officieel gefinisht in een tijd van 1:24:21. Gaaf! Toch nog 5 minuten sneller dan vorig jaar!

IMG_5051

Made it! Met een verbetering van mijn PR van 5 minuten ben ik ook stiekem best wel blij.

IMG_5053

Uitzicht vanaf de finish

Nu alleen nog even wachten op Tim. Ik speur het laatste stuk van de klim af, maar hij is nog nergens te bekennen. Hmm, dit wordt wel een beetje gek. Vorig jaar zat hij, ondanks dat hij 20 minuten later startte, op het laatste stuk vlak achter me. Dat zou eigenlijk moeten betekenen dat hij me nu toch al wel ingehaald had moeten hebben. Gelukkig is het prachtig weer. Ik zoek een plekje op uit de wind in de zon en begin wat foto’s te maken. Net op het moment dat ik een reep uit mijn trailvest probeer te peuteren omdat ik toch wel honger heb gekregen, hoor ik een haastig gerommel op de rotsen achter me. Er beginnen wat mensen aanmoedigingen te roepen, en als ik opkijk zie ik Tim met een behoorlijke snelheid en een gezicht op onweer over de rotsen stormen. Ook Tim krijgt de instructies om de cairn aan te raken zodat zijn timer ook een eindtijd kan registreren, alleen in alle snelheid en schijnbare frustratie vliegt hij bijna met zender en al aan de andere kant de berg weer af. Tot grote paniek van de marshals die hun zender bijna de vernieling in zien gaan. ‘Wow, was is er met jou gebeurd?’ Ik kijk Tim verwonderd aan. ‘Ik ben verkeerd gelopen, beneden.’ Voor een paar seconden kan ik hem alleen maar aangapen. ‘Hoe..? Wat..? Verkeerd gelopen?! Maar je hoeft alleen maar rechtdoor!’ Een trillerige Tim laat zich voor me op de rotsen zakken. ‘Sorry, ik ben helemaal kapot.’ Inmiddels heb ik de reep wel uit mijn trailvest weten te bevrijden, en prop ik die in mijn handen. ‘Hier, eet die maar op.’

IMG_5056

Tim tijdens zijn aanval op de zender.

IMG_5057

En daarna als de rust weer een beetje is wedergekeerd

Als we even later weer aan onze terugtocht naar Kinlochleven beginnen, moet ik hardop lachen. Hier verkeerd lopen, dat kan er ook maar één zijn! Maar met een tijd van 1:12:41 snap ik helemaal dat je boven even bij moet komen.

IMG_5061

Terug in Kinlochleven met onze Finisher’s Medals.

<<terug