Hoge Veluwe Trail 2016, 42km (marathon)

9 oktober

Als de wekker om 6.45 uur gaat, is het nog donker en muisstil bij mijn ouders in huis. De rest van de familie slaapt nog en geef ze eens ongelijk. De zenuwen gieren door mijn lichaam, want vandaag is het dan eindelijk zo ver, mijn eerste marathon. Als iemand me een paar jaar geleden verteld had dat ik een marathon zou gaan lopen, had ik die persoon compleet voor gek verklaard. Maar, there’s no turning back now! Of nou ja, technisch gesproken kan ik gewoon in bed blijven liggen en net doen of deze dag niet bestaat, maar daar heb ik niet voor getraind en dus sta ik even later naast mijn bed om mijn hardloopkleren aan te trekken. Nadat ik mijn moeder toch even wakker heb gemaakt om te zeggen dat we weg gaan, sluip ik naar beneden, pak het ontbijt dat Tim al heeft klaargezet en zijn we onderweg naar Velp. Eerst nog even wat spullen droppen en uitrusting ophalen, en dan is het de bedoeling dat we onderweg naar Hoenderloo Willem en Lisa oppikken. We zijn obviously weer te laat, maar goed, er is een uur speling, dus het moet goed komen. Gelukkig zijn er op deze zondagochtend nog niet zoveel mensen op de weg en zijn we, nadat we Willem (die inmiddels wel gewend is dat wij niet zo goed zijn punctualiteit) hebben opgepikt, precies op het geplande tijdstip bij Lisa. Op naar Hoenderloo!

De stemming in de auto is opgetogen, maar de zenuwen zijn bij iedereen goed te merken. Zelfs Lisa, die toch al een aantal marathons heeft gelopen, lijkt enigszins nerveus. ‘Het zand, daar ging ik de vorige keer op kapot!’ Vorig jaar hebben Lisa, Tim en ik ook de Hoge Veluwe Trail gelopen, maar toen was Lisa de enige van ons die voor de marathon ging. Er scheen veel zand in te hebben gezeten. De 14km die Tim en ik hebben gelopen doorkruiste slechts één zandverstuiving en ik kan me goed herinneren dat ik daar echt heel erg chagrijnig van werd. Met andere woorden, dat beloofd wat! Ik besluit de nieuwe golf zenuwen meteen weg te drukken met de gedachte dat het lopen op zand op Ameland tijdens de Vuurtorentrail best wel goed ging, en dat ik dat eigenlijk helemaal niet zo vervelend vond. Tijd om me ergens anders druk over te maken heb ik niet, want even later draaien we via een aantal metalen platen de ‘parkeerplaats’ op. Ter gelegenheid van de Hoge Veluwe Loop, waar de Hoge Veluwe Trails onderdeel van zijn, mogen we parkeren aan de weg die langs de legerbasis Harskamp loopt. Aangezien we redelijk vroeg zijn, kunnen we vlakbij de ingang van het Nationaal Park De Hoge Veluwe bij jachtslot Sint Hubertus parkeren én staat er geen wachtrij bij de toiletten. Dat is ook altijd wel fijn als je zenuwachtig bent.

Ook het ophalen van de startnummers gaat vlot. We lopen op ons dooie akkertje naar het start/finish-terrein dat ongeveer een kilometer verderop ligt en uitzicht op het jachtslot biedt. Super mooi, zo in het ‘vroege’ ochtendlicht. Het is nog wat fris, en als ik om me heen kijk, begin ik spijt te krijgen van het vergeten van mijn handschoenen. Op de zogenaamde beweegmarkt staan kleedtenten, maar die zien er zonder kachel erg onaantrekkelijk uit. Ik duik nog wat verder weg in mijn jasje en neem plaats op een picknickbankje in de zon (voor het idee) dat we ons toegeëigend hebben en dat als gezamenlijke kleedruimte dienst doet. We zitten, terwijl we onze startpakketten bekijken, nog een beetje te grappen als ik merk dat het toch wel lekker warm is in de zon. Nu heb ik natuurlijk een zwarte broek aan, maar de zonnewarmte brandt toch lekker op mijn kuiten waardoor de twijfel meteen toeslaat. Zal ik nog een korte broek aan doen of niet? En, die thermo onder mijn shirt, zal ik die aanhouden? Of zal ik alleen in mijn shirt lopen? Of alleen in de thermo? Willem vindt het warm genoeg voor een hemdje en een korte broek, en zijn advies is ‘korte broek en t-shirt’, maar omdat Willem praktisch het hele jaar in een t-shirt en een korte broek hardloopt, besluit ik zijn advies niet al te serieus te nemen. Tim heeft inmiddels zijn korte broek aan, wel met compressiekousen waardoor het eigenlijk alsnog een lange broek is maar toch, en Lisa staat in een lange broek en een t-shirt. Hmm… De andere lopers die zich inmiddels verzameld hebben dragen over het algemeen ook korte broeken. Keuzes, keuzes… Lastig dit! Uiteindelijk geef ik me over aan een zekere vorm van kuddegedrag en besluit toch maar mijn lange broek in te wisselen voor een korte en de thermo onder mijn shirt achterwege te laten.

14656383_1254677431220850_4298223620825725536_n
Willem, Lisa, Rianne & Tim voor de start (foto: een aardige mevrouw met Lisa’s telefoon).
img_4723
Startvak-selfie!

En dan is het zover! Met nog vijf minuten voor de start worden we opgeroepen om naar het startvak te gaan. De zenuwen gieren echt door mijn lijf en mijn hart bonkt in mijn keel. 42 kilometer is gewoon echt best wel ver. Het is de langste afstand die ik ooit heb gelopen, de langste is 40 kilometer geweest en toen was de gedachte aan nog twee kilometer echt even te veel. Pfff… Robin, de organisator en parcoursbouwer van deze trail, geeft intussen een korte briefing. Iets met de eerste 20 kilometer rustig aan, veel zand, venijn aan het eind. Iets met een vraag over voor wie dit de eerste marathon wordt, wie er mee wil naar de ultra-afstand, dat hij hoopt dat we met een lach over de finish komen, genieten onderweg, en oh ja, Erben Wennemars die het startschot geeft. Geloof ik. Maar dat heb ik vast verkeerd verstaan, want wat zou die hier moeten doen in alle vroegte? Mijn blik flitst van de klok boven de start, naar Lisa, Willem, Tim en weer naar mijn horloge. Iemand telt af, Erben geeft het startschot en het startvak zet zich in beweging. Op het moment dat we over de matten van het elektronische tijdswaarnemingsysteem lopen, druk de stopwatch van mijn horloge in. ‘Nog 5 uur lopen, ga daar maar vanuit’, zeg ik in mezelf, ‘gewoon, rustig aan.’ Lisa is inmiddels een eind naar voren gesprint, Tim loopt zoals altijd schuin achter me en Willem zoals vaker aan het begin van een trail naast me. ‘Gewoon rustig aan, he? Gaat prima zo toch?’ Ik antwoord met een ‘joah, moet wel goed komen, denk ik’. Willem grinnikt en met een laatste ‘succes en tot straks’ zet ook hij aan en verdwijnt richting het begin van de groep trailers. Bij jachtslot St. Hubertus slaan we rechtsaf en verlaten we de asfaltweg, het bos in en de trails op. En daar lopen we dan. Ik als één bonk zenuwen (en af en toe ergernis over mensen die voor mijn voeten lopen, stampende mede-hardlopers met piepende horloges, klotsende waterzakken en gesprekken die overal en nergens over gaan) en Tim als een soort ogenschijnlijk rustig hobbelende pony achter me.

De eerste vijf kilometer leiden al slingerend richting het Kröller Muller museum, over de Franse bergen en langs de rand van de fundamenten van het originele museum richting de eerste verversingspost. Langzaam maar zeker begin ik in een ritme te komen waarvan ik denk dat ik het voorlopig nog wel een tijdje volhoud. Ik heb met mezelf afgesproken dat we om de tien kilometer even een stukje gaan ‘powerhiken’ en even iets eten. Onderweg passeren we een stukje bos waar een poging gedaan wordt om het beheer van eikenhakhout weer in ere te herstellen. Leuk om te zien! Het parcours slingert nog een beetje door het bos, de zon schijnt, en voor we het weten is daar de eerste VP. Én de eerste zandverstuiving die we moeten doorkruisen. 10 kilometer in the pocket, nog 32 te gaan. Op de een of andere manier klinkt 32 kilometer op dat moment als ‘niet zo ver’ in mijn hoofd. Na een kilometer mul zand, en een energiereep, ben ik toch wel een beetje van gedachten verandert. Het zand is gewoon echt vervelend om op te lopen, omdat je eigenlijk niet echt kunt afwikkelen, en ook het bord dat de splitsing van de marathon en de 14 kilometer (die op dat punt nog 2,5 kilometer te gaan hebben) doet me de moed wel een beetje in de schoenen zakken. De volgende kilometers zijn zand, zand en nog eens zand. Op een gegeven moment draaien we weer een bos in en lopen we heel even op een iets minder mul pad. Een welkome afwisseling, die uitmondt in een enorme verrassing, omdat daar ineens de tweede VP tussen de bossen tevoorschijn komt. Huh? Die was toch pas bij 17 of 18 kilometer? Hebben we dan het bordje met 15 kilometer gemist? Ik kijk even snel op mijn horloge. Qua tijd kan het gewoon niet kloppen dat we nu al 17 kilometer gelopen hebben. 1 uur en 35 minuten op dit terrein is echt onrealistisch. Hier klopt iets niet.

We besluiten de VP over te slaan en vervolgen de route naar rechts, en jawel! Daar staat het bordje voor de 15 kilometer (om de 5 kilometer staat een bordje om aan te geven hoe ver we zijn). Dus toch! Het klopt wel meer met de tijd op mijn horloge, maar stiekem baal ik best wel. Kleine update; we lopen inmiddels ook weer in het mulle zand. En een heuveltje op. Verstand op nul en gaan dan maar. Nog geen kilometer later lopen we weer tussen de bomen op een ‘gewoon’ bospad. Blijkbaar loopt de route hier in een lusje en lopen de paden waarover we ‘heen’ en ‘weer’ rennen vlak langs elkaar. Ik voel me nog steeds een beetje chagrijnig door de tegenvallende afstand die we hebben afgelegd. Als ik links van me Lisa en Willem alweer op de ‘terugweg’ van het lusje zie lopen, zakt mijn humeur eigenlijk nog verder. Ik heb echt het gevoel dat we helemaal achteraan lopen. Waar zijn we in vredesnaam aan begonnen? We zijn nog niet eens halverwege, en ik voel het nu al een beetje in mijn benen. Chagrijnig hobbel ik verder. Als we eindelijk (naar mijn idee) op de terugweg van het lusje zijn, zijn ook ineens de lintjes weg, dacht ik tenminste, en ben ik helemaal niet meer te genieten. Straks lopen we ook nog verkeerd. Kan er ook nog wel bij. Ik sneer een beetje tegen Tim (sorry Tim) en hobbel verder. Eigenlijk kunnen we hier niet verkeerd lopen, want er is maar één pad, maar goed.

Een kilometer later komen we uit op een open plek, waar doordeweeks duidelijk boswerkzaamheden plaatsvinden. Gelukkig hangen daar ook weer lintjes, dus we lopen nog goed. De zon schijnt en de omgeving is best wel mooi. We slingeren een beetje langs een bosrand en dan is daar ineens het bordje dat de 20 kilometer markeert. Even wat eten en een stukje wandelen. Ik app mijn moeder even om te laten weten hoe ver we inmiddels gevorderd zijn. Mijn ouders en broertje zijn inmiddels onderweg naar Hoenderloo om ons bij de finish op te wachten, en te zien aan het appje dat ik terugkrijg zijn ze bang dat ze te laat komen. We zijn inmiddels 2 uur en een kwartier onderweg. Zeg maar dag tegen de 4 uur die ik als doel had gesteld. 4 uur en 15 minuten gaat ‘m ook niet worden en eerlijk gezegd heb ik ook ernstige twijfels bij 4 uur en 30 minuten. Mweh… Genieten dan maar? Want dat hoort bij trailen toch? Eerst maar weer eens beginnen aan de volgende 10 kilometer, want dat hadden we afgesproken; steeds 10 kilometer hardlopen en aan het eind nog een beetje. Sinds het begin heb ik ontzettende last van hoestaanvallen (eigenlijk al twee weken, maar ik probeer ze zoveel mogelijk te negeren), die vooral de kop op lijken te steken als ik stil sta of probeer te praten. Het gedeelte van de route waar we nu rennen is heel afwisselend met stukjes bos, bosrand en wijdse zandverstuivingen. Oké, dit is wel echt genieten. Als we weer een stukje bos induiken, zie ik ineens een fotografe in de berm zitten. Ik tover een lach op mijn gezicht en steek mijn duimen op. ‘Kom op, ziet er goed uit!’ zijn de aanmoedigingen. ‘Nou… uche… dat valt… uche uche… wel mee… denk ik’ Een bezorgde blik wordt opgevolgd door ‘over 500 meter is een verzorgingspost’. Als antwoord en om te voorkomen dat de rest van de hoestbui de mevrouw nog bezorgder maakt, glimlach ik een beetje schaap-achtig terug. Eerlijk gezegd geloof ik haar niet, maar een paar honderd meter verderop staat inderdaad een bordje met ‘verzorgingspost 100 meter’. Chill!

De verzorgingspost is uitgerust met een heel scala aan snacks, waaronder tucjes en chocola, water, sportdrank, witte fietsen voor de mensen die uit willen stappen, en een dixie. Terwijl ik de bak met chocola aanval, ren Tim in een rechte lijn door naar de wc. Blijkbaar had die geen moment later moeten komen. Na een redelijk fatsoenlijke hoeveelheid chocola begin ik, na wat aanmoedigingen van de mevrouw van de verversingspost (‘pak maar rustig, hoor’) aan een paar tucjes en wandel naar de dixie om te vragen of alles oké is met Tim. Dat blijkt gelukkig het geval en terwijl ik, verscholen achter het toilethokje, sta te wachten, besluit ik van de gelegenheid gebruik te maken en het vervelende raspje eens uit mijn longen te hoesten. Helaas resulteert dat in een enorme hoestbui waarin ik tussendoor wanhopig naar adem snak. Er komt vrijwel meteen een EHBO-er aangerend en ook vanuit het wc-hokje klinkt gestommel en een bezorgd ‘gaat het wel?’ Ja, dat weet ik zelf eigenlijk ook niet. Of stiekem eigenlijk wel. Namelijk dat ik hier eigenlijk helemaal niet hoor te zijn, maar rustig aan hoor te doen. Maar dat probeer ik uit alle macht te negeren. Ik kan gewoon functioneren, dus schouders eronder en gaan met die banaan. Ik heb hier een jaar voor getraind en dat laat ik me niet afpakken door een heel erg hardnekkige hoest. Zo zachtjes mogelijk kuch ik nog wat na en loop achter Tim, die inmiddels klaar is, aan terug naar de post. ‘Niets aan de hand, hoor. Ik verslikte me.’ De meneer van de EHBO kijkt nog een beetje ongelovig, maar lijkt zich erbij neer te leggen. Snel proppen we nog wat koekjes naar binnen en vervolgen onze tocht. Ik schok nog een beetje na van het hoesten, maar probeer zo gewoon mogelijk te lopen omdat ik bang ben dat de EHBO-meneer me anders tegenhoudt.

We zijn over de helft en het lopen gaat allang niet meer soepel. Het landschap waarin we lopen heeft naar mijn idee veel weg van een duinlandschap en heel even denken aan de Vuurtorentrail op Ameland. Alleen was het toen kouder. En lopen we nu meer in het bos. Dat laatste is van korte duur, want niet veel later komen we terecht op de zandverstuiving waar we een aantal kilometers terug op uitkeken. Het bordje dat de 25 kilometer markeert, biedt heel even een soort van overwinningsgevoel. Nog 17 kilometer en een paar meter te gaan. Ik probeer mezelf uit alle macht in te praten dat 17 kilometer niet zo ver meer is en dat dit mulle zand vast over een kilometer of twee voorbij is. Niets blijkt echter minder waar, want bij het passeren van het 30 kilometerbordje lopen we nog steeds in het mulle zand. Tussen de pijpestrootjes dat wel. Op nog geen 50 meter naast ons loopt een asfaltweg met daarop een lange sliert lopers van de halve marathon over de weg. Enkele weg-lopers knikken ons bemoedigend toe en ik vang iets op in de trand van ‘wat lijkt me dat zwaar zeg!’ Mijn blik staat op oneindig en in mijn hoofd maalt een schatting van de nog te lopen afstand rond. ‘Nog 12 kilometer.’ Het is een soort mantra geworden. Mijn benen hebben een soort ritme gevonden waarin alles het minste pijn doet en dat wil ik het liefste vasthouden. Ik ben er wel klaar mee en ik wil het liefst zo snel mogelijk naar de finish. Helemaal in de veronderstelling dat alles met mijn loopmaatje nog goed gaat, hobbel ik verbeten door tot ik ineens een moedeloos ‘ik wil heel even lopen, alsjeblieft’ hoor. Verschrikt ik om. Lopen?! Maar… De pijn bij het weer opstarten straks dan? Vol ongeloof kijk ik Tim aan. Diens gezicht druipt van het zelfmedelijden en uit ervaring weet ik dat het niet altijd even makkelijk is om hem daar uit te krijgen. Er volgt een geïrriteerde woordenwisseling, waaruit blijkt dat Tim hoofdpijn en pijn aan zijn benen heeft. Een soort algehele misère, zoals hij dat zelf beschrijft. De wanhoop wringt zich in mijn hoofd naar voren, want ik heb geen idee waar we ongeveer zijn en hoe ik Tim in vredesnaam zover krijg dat hij doorloopt. Eerst maar eens een paar cafeïne-gums naar binnen en een peptalk. We zijn ruim over de helft, dus no way dat we nu gaan opgeven. Daarbij, over een kilometer of 5 is er weer een verversingspost en daar hebben ze vast koekjes. Koekjes zijn altijd een succes bij Tim. Dus dat en een soort figuurlijke schop onder z’n reet zijn genoeg om Tim weer in beweging te krijgen.

Het blijkt inderdaad nog 5 kilometer naar de volgende verversingspost. Maar wel 5 kilometer volledig door mul zand en dat maakt de laatste 10-11 kilometer dus 10-11 kilometer non-stop door dat ellendige zand. Mijn benen willen echt niet meer nu. Als twee zombies strompelen we naar de bak met koekjes en ploffen op het enigszins gammele bankje naast de andere traillopers. De man naast me probeert een gesprek met me aan te knopen, maar ik geef blijkbaar zo warrig antwoord dat er verscheidene mensen om me heen vragen of het echt wel gaat. Ik heb geen zin om te praten en besluit dat iets meer dan 7 kilometer echt niet zo ver meer is. Tim deelt deze gedachte blijkbaar en staat ook weer op. Grimassend lopen we even later weer op het parcours, waar we al gauw het bordje met 35 km passeren. Ik probeer de moraal een beetje te liften daar idiote liedjes te verzinnen. Voor Tim is het volgens mij vooral irritant en het leidt mezelf een beetje af van mijn heel erg pijnlijke benen. Het is een beetje alsof je de eerste paar passen weer gaat zetten nadat je tijdens een hike met bepakking net hebt gerust; die eerste paar stappen zijn ook altijd zo pijnlijk. De route slingert van het pad af, een open plek vol heidepollen in. Een pad is er niet echt. Interessant dit! En super leuk! Half rennend, half springend baan ik me een weg door de heidestruikjes. Af en toe kijk ik op, of roep achterom of alles met Tim nog oké is. Voor ons loopt een vrouw die, doordat ze steeds achterom kijkt, ineens languit in de struikjes ligt. Gelukkig blijkt alles goed te zijn, maar dat leert me wel meteen dat omkijken hier geen goed idee is. Mijn blik schiet heen en weer van de struikjes vlak voor me naar een meter of 100 verderop, waar Willem blijkt te lopen. Eerlijk gezegd verbaast het me nogal dat we Willem tegenkomen. Normaal gesproken loopt hij ver voor ons en al loopt het niet echt makkelijk tussen de heidestruikjes op dit punt, zo lang kan Willem nooit gedaan hebben over dit relatief korte stukje heide. Als we dichterbij komen valt me op dat hij nogal moeilijk loopt. Na een kort praatje blijkt dat Willem last heeft van een nog niet helemaal herstelde blessure aan zijn heup. Heel even sta ik in tweestrijd, want met een blessure en in je eentje verder lopen is nooit leuk natuurlijk, maar aan de andere kant wil ik gewoon heel graag klaar zijn met deze marathon. Al ‘ren’ ik niet echt hard meer op het moment, het gaat altijd sneller dan wandelen en hoe eerder ik over de finish ben, hoe beter. Van de trail-filosofie is weinig meer over op dit moment. Genieten? Afzien! Nou ja, dat is niet helemaal waar. Stiekem vind ik het best vet om hier te lopen, en van de aanmoedigingen van iemand van de organisatie aan het einde van het stukje heide krijg ik stiekem toch weer even vleugels. Bizar, dit.

img_4725
Het magische 35 km bordje na de 4e verversingspost

We slingeren een stukje door het bos, draaien een camping op, en dan… moet ik echt even drie keer kijken. Staat daar nou een tafeltje met, met, met COLA?! Nee dat kan niet. Ik moet hallucineren, dat KAN geen cola zijn. Ik heb de hele trail nog geen cola gezien (of niet goed opgelet), dus ik ben er van overtuigd dat die tafel met die fles cola daar helemaal niet staat. Maar als we dichterbij komen, blijkt die tafel er toch te staan. Met de cola. We worden begroet door een enthousiaste vrijwilliger die lichtelijk verwonderd reageert op mijn ongelovige ‘Is dat cola?! ECHT WAAR?! Nee, maar… ECHT?!!!’ Echt, de lekkerste cola ooit! Ondertussen heeft Tim de aanval geopend op het bakje pinda’s dat klaar staat. Met pijn en moeite trekken we ons weg van het tafeltje en vervolgen onze weg naar de finish. Nog 5 kilometer. Dat zou niets voor moeten stellen op 42 en nog wat kilometer. Ik app mijn moeder om te laten weten waar we ongeveer zitten op het parcours. Mijn ouders en broertje zijn inmiddels bij de finish gearriveerd en die gedachte motiveert me best wel om door te lopen. Mijn benen doen echt heel vervelend pijn nu. Het bos waarin we lopen is eigenlijk super mooi; het is redelijk dicht, maar toch kun je tussen de boomstammen door kijken. Voorzichtige zonnestralen wringen zich een weg door het naald-dak boven ons. Ik heb de hele dag mijn zonnebril opgehouden en die blijkt nu dan toch weer van pas te komen. Maar hoe mooi het bos ook is hier, elke bocht lijkt op die ervoor. Het lijkt echt eindeloos te duren voor het bordje dat de 40 kilometer markeert eindelijk in zicht komt.

Vanaf de 40 kilometer komen we weer op bekend terrein. Hier zijn we vorig jaar Lisa tegemoet gelopen, toen ze hier voor het eerst de marathon liep en wij de 14 kilometer trail. Voor ik het goed en wel door heb, passeren we een groot wit bord met daarop de tekst ‘nog 1 kilometer’. Het voelt alsof ik vleugels krijg. Ik kijk snel op mijn horloge; de streeftijd van 4,5 uur gaan we in de verste verte niet halen, maar binnen de 5 uur moet haalbaar zijn. We hebben nog 7 minuten voor de laatste kilometer en dat is grotendeels over een vrijwel verharde ondergrond. Onbewust versnel ik een beetje. Achter me sputtert Tim nog een beetje tegen met een ‘ik denk dat ik niet veel harder kan’. Blijkbaar toch wel, want hij loopt nog steeds vlak achter me. De route leidt ons om de vijver van Jachtslot St Hubertus richting de finish. Stiekem probeer ik mijn ouders en broertje te vinden tussen de mensen aan de andere kant. Dat blijkt toch niet zo’n heel goed idee, want opletten op het pad doe ik niet echt meer en dat resulteert meteen in een bijna botsing met een toeschouwer. Oké, voor me kijken dan maar weer. Inmiddels zijn we bijna aan het eind van de vijver en op het punt waar alle afstanden samen komen. De hardlopers van de andere afstanden komen van links en ik heb op de een of andere manier niet het besef dat ik misschien een beetje moet afremmen om botsingen te voorkomen. Ik ben maar op één ding gefocust en dat is de finish. Gelukkig gaat het allemaal net goed, en terwijl we het laatste stukje asfalt oprennen, komt Lisa ons enthousiast tegemoet. Een eindje verderop aan de linkerkant staan mijn moeder en broertje ons toe te juichen. Mijn vader staat een eindje verderop rechts. Als een kip zonder kop ren ik van de ene naar de andere kant van de weg om ze allemaal te begroeten, voordat ik de laatste meters doorren naar de finish. Het maakt me niet uit hoeveelste ik geworden ben, hoe sloom ik ben of wat iedereen van me vindt, maar op het moment dat mijn voeten de finishmat raken voel ik me alsof ik een enorme overwinning heb behaald. Alsof ik eerste ben geworden vliegen mijn armen omhoog en loop ik juichend het finishvak in. Ik geloof dat Tim vooral heel erg kapot is (ik ook, hoor, echt!), maar als ik omkijk staat ook hij met een vette smile te wachten op zijn finishers medaille.

img_4736
Juichend over de finish (foto: finishfoto hardloopuitslagen.nl)
img_4731
Tim, Rianne en Lisa na de finish (foto: Hilje Hulshof-Eissens).

Heel misschien was onze voorbereiding niet ideaal, en heel misschien had ik het lopen van een marathon niet middenin het survivalrun-seizoen moeten plannen. Het was pittig, het was zand, heel veel zand zelfs, het was genieten en kibbelen als een getrouwd stel onderweg, maar wat een avontuur! Voorlopig willen mijn benen er nog niet aan, maar op naar de magische 50km!

Advertisements