Dag 9. Kinlochleven > Fort William > Glasgow

<Dag 8. King’s House > Kinlochleven

6 augustus 2012

De wekker gaat fanatiek vroeg. Tenminste, dat vind ik. De Way heeft inmiddels zijn sporen achtergelaten in mijn benen en de plekken op mijn heupen die op de eerste dag al gevormd werden, zijn inderdaad erger geworden en zijn veranderd in blauwe plekken van ongeveer 8 centimeter lengte. Het weer vandaag is weer heel typisch. Kinlochleven is aan drie kanten omringd door bergen en aan een kant dus door het loch, wat opnieuw resulteert in een heel mistig begin van de dag. Er staat vrijwel geen wind hier beneden en dat is voor de midges weer de ideale leefsituatie. We pakken de tent niet eens meer in en met een slordig bij elkaar geraapt stuk tentstof onder mijn arm sta ik even later naast mijn backpack in het toiletgebouw. Gelukkig heeft het hostel een droogkamer waar we de tent kwijt kunnen, terwijl ik me uitgebreid douche en Lisa nog even naar de supermarkt loopt voor vers ontbijt. Een uurtje later zijn we een van de honderden wandelaars die de laatste etappe van de West Highland Way lopen.

Het eerste gedeelte van deze 23 kilometer lange etappe bestaat uit een steile klim door het bos naar een pas over de noordelijke bergkam van Kinlochleven. De midges getijden helemaal goed in een vochtig, windstil en behoorlijk warm bos en zodra je tijdens deze klim besluit even stil te gaan staan, ben je de pineut. We worden er zo gek van dat het zich uit in een chagrijnigheid tegen elkaar die gelukkig niet erg lang duurt, want eenmaal op de vlakte van de pas zijn de bomen en de midges weg en worden we begroet door een koel briesje. De omgeving is prachtig en als we een geschikt plekje vinden, besluiten we even uit te rusten en mensen te kijken. Het duurt niet lang of we worden gepasseerd door het groepje Britten dat ons een paar dagen geleden aansprak. Ik ben op dat moment vrij in gedachten verzonken en herken het groepje niet meteen, maar zij herkennen ons daarentegen direct. Het blijkt dat zij gisteren met een van de Duitse vrouwen hebben gelopen en dat het tweetal nu weer samen aan de etappe is begonnen. ‘They’ll probably be here in a few minutes. They’re not far behind us.’ En inderdaad, niet veel later krijgen we gezelschap van de Duitse vrouwen met wie we tot halverwege de etappe samen lopen.

IMG_5406 1.JPG

De klim Kinlochleven uit.

 

IMG_5407 1.JPG

Uitzicht op Kinlochleven.

IMG_5409 1.JPG

Richting Fort William.

Het is best fijn om zo af en toe wat ander gezelschap te hebben. Niet dat we elkaar zat zijn, maar dan praat je eens met andere mensen en over andere onderwerpen en zo lijkt het makkelijker en sneller te gaan. Na zo’n 12 kilometer besluiten we even te pauzeren, mede omdat we eindelijk een bosje tegenkomen en we eigenlijk allemaal moeten plassen. De zon is eindelijk doorgebroken en na de plassessie besluiten we meteen maar te gaan lunchen. We worden weer ingehaald door het groepje Britten, die al eerder een plaspauze in hebben moeten lassen, en een van de Duitse vrouwen heeft een limerick verzonnen over de Britten en die draagt ze even voor, terwijl wij vol bewondering luisteren. Als we even later ook verder gaan en Lisa en ik alvast vooruit zijn gaan lopen, merken we dat we ons Duitse gezelschap kwijt zijn. Wachten met een backpack is best wel dodelijk en dus lopen we maar gewoon verder.

Inmiddels heeft de zon de rest van het wolkenpak ook weggejaagd en lopen we onder een strakblauwe lucht door de vallei verder. Het is eigenlijk best raar, want de omgeving doet aan alsof we al ver boven de boomgrens zijn (de enige vegetatie hier is gras en mos) terwijl we eigenlijk helemaal niet zo heel hoog zitten, zo’n 400 meter. In de Alpen bijvoorbeeld, zou het er op deze hoogte heel anders uitgezien hebben. We halen het groepje Britten weer in en beginnen aan een afdaling van zo’n 50 meter.

Het vervelende van deze etappe is eigenlijk dat er onderweg geen voorzieningen zijn, dat is slechts een luxe probleem dat ben ik me van bewust en we hebben meer dan genoeg eten bij ons, maar het gaat toch een beetje tussen je oren zitten. Het feit dat je echt compleet aan jezelf overgeleverd bent en ik voel me erg nietig in dit machtige landschap. Een beetje hetzelfde gevoel als de hele dag op zee zeilen. Dan word ik me er ook weer heel bewust van hoe nietig ik als mens eigenlijk ben. Dat er een veel grotere en oudere kracht bestaat op deze wereld dan wij verbeelden als mensheid te zijn. En ik weet zeker dat wat we ook doen, hoe we ook proberen haar aan banden te leggen, deze kracht, deze vorm van oerkracht, de natuur eigenlijk, niet te temmen is.

Het voelt echt bevoorrecht om hier zo te mogen wandelen en met de gedachte dat we het toch mooi bijna geflikt hebben, die 157 km stap ik stevig door. De afdaling leidt het bos weer in en omdat we even in de schaduw kunnen zitten, nemen we nog even een korte pauze. We worden weer ingehaald door de Britten, die ons vertellen dat de Duitse dames er ook zo aankomen. Even later komen ook de Duitse vrouwen eraan, die ook even pauze komen houden. Tenminste, een van hun, want de andere heeft zodra ze stil gaat staan ontzettend pijnlijke voeten en zij loopt langzaam verder. Als Lisa en ik weer verder willen gaan, is de andere helft van het tweetal nog niet zo ver en ze vraagt of we haar vriendin willen vertellen dat ze er zo aankomt. We brengen de boodschap netjes over en storten ons op een steile trap naar beneden, richting een waterval. Het verbaast ons dat er nog zoveel mensen in tegengestelde richting lopen, want het is naar Kinlochleven nog 18 kilometer vanaf hier en het is al 15.00 uur. Een halve kilometer later spuugt het bos ons uit naar een Jurassic Park-achtige setting; een soort verdorde krater, omringd door bos, waar het knetterwarm is. Het klimmetje om de ‘krater’ weer uit te komen is geniepig steil en ik heb, als we boven zijn, het idee dat mijn benen van elastiek gemaakt zijn. We komen uit op een grindweg die, naar het lijkt, rechtstreeks naar Fort William leidt. Verheugd lopen we verder en als we een flauw bochtje om zijn, blijkt ons vermoeden waarheid te zijn. We kijken uit over een vallei waar, op een paar kilometer afstand, Fort William ligt te schitteren in de zon. Schijnbaar zijn we niet de enigen die op dit punt even bij moeten komen en in euforische stemming gaan zitten genieten van het uitzicht, want ook het groepje Britten en een Nederlands koppel zitten in de zon te genieten. Het uitzicht is echt geweldig! Rechts van ons de Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland, en voor ons dus Fort William. Niet veel later voegt ook het Duitse tweetal zich weer bij ons en beginnen we aan een uitgebreide fotoshoot, want dit heuglijke moment moet natuurlijk wel vastgelegd worden. Ik plak er nog een uitgebreide sms-sessie aan vast, want het thuisfront moet natuurlijk ook op de hoogte gehouden worden. Terwijl ik met mijn telefoon sta te zwaaien om bereik te vinden voor een smsje dat ik aan mijn moeder wil sturen, worden ook Lisa en ik getrakteerd op een homemade limerick van de Duitse mevrouw. Super gaaf!

IMG_5418 1.JPG

Ben Nevis op de achtergrond, nog 5 km te gaan.

Het groepje Britten maakt aanstalten om te vertrekken en drukt ons nog even op het hart dat het nog wel minstens 5 kilometer lopen is naar het eindpunt, maar dat komt op dat moment niet echt binnen. Lars heeft inmiddels laten weten dat Thijs en hij in Fort William zijn gearriveerd en dat ze bij het eindpunt op ons zitten te wachten. In de veronderstelling dat we binnen een half uurtje daar wel zullen zijn, nemen we afscheid van ons Duitse gezelschap en verwachten hun morgen wel te zien op het station. Zij zijn namelijk ook van plan met de trein van 11.30 uur richting Glasgow te gaan.

Het gezichtsbedrog is toch groter dan gedacht en de 5 kilometer blijkt te kloppen. Onderweg moeten we nog een keer een toiletstop maken bij het bezoekerscentrum en het trottoirtje waarop we moeten lopen is ook niet bepaald ideaal. Ons humeur zakt met de minuut, wat mede wordt veroorzaakt door het feit dat elk Bed and Breakfast of Hostel waar we langs komen helemaal volgeboekt is. Hebben wij weer! Veel zin om terug te gaan naar de enige camping in Fort William hebben we ook niet.

Out of the blue komen we ineens aan bij de rotonde waar het eindpunt van de West Highland Way zich bevindt en alle zorgen zijn een moment vergeten. Met backpack en al gaan we op de foto. Het winkeltje waar we een ‘Walker’s certificate’ kunnen halen is helaas al dicht. Lars en Thijs blijken echter niet hier te wachten maar meer in het centrum van Fort William, waarnaar het eindpunt verplaatst blijkt te zijn. Zuchtend en steunend lopen we verder. Mijn blaas is voornamelijk het heikele punt en Lisa heeft gigantische last van haar benen en schouders. Ik eigenlijk ook wel, maar mijn blaas is dominanter aanwezig op het moment. Als we het station voorbij zijn, zie ik Lars en Thijs zitten en lijken alle pijntjes even voorbij te zijn. Uitgelaten omhels ik mijn broertje, die uiteraard een beetje met gemengde gevoelens staat te wachten en me meteen een stuk chocolade aanbiedt. Omdat de jongens strategisch naast de Tesco zijn gaan zitten, bied ik aan een traktatie te halen. Onder het genot van een scone met slagroom en jam zitten we even later te overleggen wat het plan voor vanavond is. Lars en Thijs bevestigen inderdaad dat alle hostels en Bed and Breakfast’s vol zitten en terug gaan naar de camping is geen optie, omdat we geen geld over hebben voor een taxi, de bus al weg is en Thijs dat stuk niet kan lopen. Een andere optie dan terug te gaan naar Glasgow hebben we eigenlijk niet en na eten voor de treinreis ingeslagen te hebben, gaan we op weg naar het station. We hebben geluk, want de laatste trein naar Glasgow vertrekt over een uurtje en er is een super luxe WC. Eindelijk! Lars en ik bellen na elkaar even met onze moeder om te vertellen hoe de zaken ervoor staan. Arme mamma, die dus eigenlijk twee keer hetzelfde verhaal aan moet horen, maar ze zit het geduldig uit.

IMG_5421 1.JPG

Made it!

Om 19.30 uur kunnen we plaatsnemen in de Caledonian Sleeper naar London. We moeten onderweg overstappen op station Westerton in Bearsden en we hebben een overstaptijd van 15 minuten. Geen probleem lijkt me. Uitgelaten nemen we plaats in een vierzitter, maar omdat de halve coupé leeg blijft, zitten we uiteindelijk verspreid over een vierzitter en twee tweezitters (Lars en ik in de vierzitter, Lisa in een tweezitter schuin naast ons en Thijs in de tweezitter achter Lars). De stemming zit er goed in en Thijs heeft alvast een hostel uitgezocht waar we vannacht kunnen slapen, op slechts 2 minuten lopen van Central Station.

De treinreis door het Schotse landschap is een hele beleving. Het uitzicht vanuit de trein is geweldig, met een prachtige zonsondergang en we zien over het eerst in ons leven een groep edelherten in het wild. Weliswaar vanuit een rijdende trein, maar dat mag de pret wat mij betreft niet drukken. De trein rijdt een heel stuk langs de route die we gelopen hebben en we zijn tot de duisternis invalt herinneren van de afgelopen tocht aan het ophalen. Als het donker wordt en we niet echt meer kunnen zien waar we precies zijn, gaan Lars en ik over tot het plannen van een surprise-party voor onze vader, die 60 wordt. We zijn net lichtelijk in discussie over de gastenlijst als de trein schokkend tot stilstand komt en alle elektriciteit uitvalt. En paar kilometer terug zagen we al een wagon die nog half uit een ravijn hing, hetgeen heel recent gebeurt was want het gevaarte hing nog met spanbanden vast aan een paar rotsen, dus dit belooft niet veel goeds. ‘Oh, romantisch’ is de droge reactie van Thijs. Terwijl Lars en ik proberen te kijken waar we ongeveer zitten. Het enige wat we kunnen ontfutselen uit de duisternis buiten is dat we in het bos stilstaan, maar voor de rest zitten we dus in Schotland in the middle of nowhere. Even later maakt de trein rare zoemgeluiden en gaan de lampen enigszins tegenstribbelend weer aan. Ook de trein rijdt weer, maar de vraag hoe is een tweede. Op het moment dat de trein met weer soepel over het spoor glijdt, vallen de lampen weer uit en niet veel later komt een van de conducteurs ons vertellen dat we allemaal in de eerste klas plaats moeten nemen in verband met verzekeringskwesties. Onze bagage mogen we wel laten staan, want daar let hij wel op. Alleen Lisa, Thijs, Lars en ik hebben hem echter verstaan boven het lawaai van de trein uit en we volgen de beste man naar de eerste klas, waar we plaatsnemen op een bank, want die hebben ze hier schijnbaar in de eerste klas. Van leer. Dus. De trein begint een half uur later weer kuren te vertonen en Lars en ik beginnen ons lichtelijk zorgen te maken over onze overstap. Drie kwartier later heeft de trein misschien 3 kilometer overbrugd en is een keer gestopt op een station waar het eigenlijk niet de bedoeling was. Thijs en Lars spreken een van de conducteurs aan over het halen van onze overstap. Een druk overleg tussen het treinpersoneel volgt. Even later komt een van de conducteurs ons vertellen dat ze een taxi hebben geregeld. ‘Where do you guys have to go? Which hostel? Alright, thank you. We’ll stop at the next station and there will be a cab waiting just outside the station.’ ‘Oh well, thank you..’ stamel ik terug. En inderdaad bij het volgende station stopt de trein, helpt de conducteur ons met onze spullen terugvinden in het donker, stappen we uit en staat een taxi te wachten. ‘Glasgow for Lars?’ vraagt de taxichauffeur. Lars knikt bevestigend en de beste man opent de kofferbak voor onze tassen.

IMG_5446 1.JPG

Met Lars en Lisa in de kapotte trein (foto: Thijs).

We staan alle vier wat beteuterd te kijken naar de laadruimte van de auto, die nauwelijks groot genoeg lijkt voor vier backpacks en ik stel me al helemaal voor hoe ik straks met mijn tas op schoot op de achterbank van de auto zit. De anderen lijken er ook zo over te denken, alleen de taxichauffeur niet. ‘Come on, I’ll help you.’ en hij parkeert onze tassen met een enge precisie in de kofferbak. Ik probeer de gedachte aan wat de beste man nog meer in zijn kofferbak vervoert meteen de kop in te drukken en neem plaats in de taxi. Bij de deur, dat wel.

Gelukkig komen we om 1.30 uur veilig en wel bij het hostel aan en taxirit wordt vergoed door ScotRail. De hostelmedewerkster is helemaal niet blij met ons en haar humeur zakt helemaal tot een vriespunt op het moment dat blijkt dat niet iedereen contant geld heeft en we twee in plaats van één nacht willen boeken. Uiteindelijk besluiten we, omdat we vrij weinig begrijpen van het gebrabbel van de vrouw, maar gewoon het bedrag te betalen en later onderling te regelen wie wat nog van wie krijgt. We zijn het zelf namelijk ook best wel zat en willen allemaal eigenlijk gewoon slapen, maakt niet uit waar. Op dat moment had ik mijn matje uitgerold in de gang als het moest. Dat is echter niet nodig, want we krijgen een vierpersoonskamer toegewezen op de negende verdieping van het hostel, van waar we een prachtig uitzicht hebben over Glasgow. Ik laat mijn moeder nog even weten dat we veilig in een hostel zijn aangekomen en val uitgeput in slaap.

IMG_5452 1.JPG

Uitzicht uit de hostelkamer.

>Dag 10. Glasgow

<<terug

Advertisements